Word nu lid van de NVJ

Nieuws

Terug

Van der Vorst vs Moszkowicz

03-07-2014

Robert Moszkowicz is ontstemd over een passage in de RTL4 tv-uitzending van 11 mei 2012 van “Van der Vorst ziet Sterren” waarin Bram Moszkowicz vertelt dat zijn broer Robert drugsverslaafd was, uit de advocatuur is gezet vanwege wantoestanden op zijn kantoor en dat hij het zwarte schaap is van de familie. Hij sommeert Van der Vorst de verdere uitzending te staken, gestaakt te houden en te rectificeren op straffe van een schadevergoeding. Van der Vorst plaatst een rectificatie, maar desondanks start Robert een kort geding waarin hij onder andere een voorschot van 25.000,- op de schadevergoeding vordert en een bodemprocedure aankondigt waarin een totale schadevergoeding van 65.000,- wordt gevorderd.

Op 12 juli 2012 doet de Voorzieningenrechter in Amsterdam uitspraak in het kort geding en de vorderingen van Robert Moszkowicz worden afgewezen op een onderdeel na, namelijk dat de verwijzing naar het drugsverleden van Robert onrechtmatig is. Dit terwijl nadrukkelijk naar het verleden wordt verwezen en sprake is van een feit van algemene bekendheid dat in de media bij verwijzingen naar Robert Moszkowicz voortdurend terugkomt. Beide partijen gaan in hoger beroep tegen dit vonnis.

Het Persvrijheidsfonds is van mening dat de pers niet mag worden voorgeschreven hoe het bedorven reputaties uit het verleden in het heden dient samen te vatten omdat hiermee in strijd wordt gehandeld met de uitgangspunten van het grondrecht op vrije meningsuiting. Om deze reden heeft het Persvrijheidsfonds besloten een financiële bijdrage te doen in de juridische kosten van de bodemprocedure die Robert Moszkowicz heeft aangespannen tegen Van der Vorst.

De rechtbank Amsterdam oordeelt in het vonnis van 6 november 2013 dat het recht van gedaagden op vrijheid van meningsuiting in dit geval prevaleert boven het recht van eiser op bescherming van zijn eer en goede naam. Dat betekent dat gedaagden niet onrechtmatig jegens eiser heeft gehandeld, zodat de vordering wordt afgewezen.


Terug

Persvrijheidsmonitor